maandag 1 april 2019

weerspreuken voor APRIL



 Weerspreuken voor APRIL



De boer is nu druk, het vee moet naar buiten. Voor zover dat nog niet gedaan was of kon worden moet er nu toch echt gezaaid, gepoot en geplant worden. Akkers, weilanden en tuinen hadden de volle aandacht nodig. Groeizaam weer was gewenst, een beetje van dittum en beetje van dattum. Niet teveel koude graag en liefst wat regen erbij. April met zijn gril, doet wat hij wil.

·         Aprilleke zoet, geeft nog weleens een witte hoed.

·         Sneeuw in april geen nood, met zware nachtvorst veel meer dood.

·         Is het in april nat en koud, dan groeit straks het koren als een woud.

·         Sneeuwt april nog op onze hoed, het is voor de druiven en het koren goed.

·         Heldere maneschijn in de aprilnacht, schaadt allicht veel bloesempracht.

·         Valt voor St. Joris geen regen meer, dan valt er na hem des te meer.

·         Laat het weer zoals het wil, maar ontkleedt u niet voor half april.

·         Grasmaands gril is hooimaands wil.

·         April veel regen, brengt grote zegen.

·         Aprilvlokjes brengen meiklokjes

·         De heren en aprillen, bedriegen wie ze willen.

·         De vrouwen en aprillen, ze hebben beide hun grillen.

·         Al doet april ons mooi weer aanschouwen, ‘t is evenals fortuin, we kunnen hem niet vertrouwen.

·         Het groen des velds het oog bekoort doch zelden houdt april haar woord.

·         Op een april geen zon, vaak water in de ton.

·         April doet wat hij wil.

·         Nachtvorst met een Zuidenwind op kersenbloem, daar treurt de kweker om.

·         Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.

·         Sneeuw in april is geen nood, maar bij zware nachtvorst in april gaat er meer dood.

·         April warm, Mei koel en Juni nat, vullen schuur en ook het vat.

·         Geen zaterdag zo kwaad, of de zon schijn vroeg of laat.

·         April verandelijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur.

·         Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn.

·         Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot mei.

·         Aprilse aren, zijn er alle jaren.

·         Een natte april ,is de boeren naar hun wil.

·         Aprilse vlokjes, brengen mei’se klokjes.

·         In april heldere maaneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn.

·         Het zaterdagse weer op noen, is op de zondag heel te dag te doen.

·         Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til.

·         Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.

·         Als de hoenders kakelen lang en goed, zal het regenen in overvloedt.

·         Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn.

·         De huwelijkse staat, is als april, nu zon, dan storm, en dan weer alles stil.

·         Hebben wolken rode randen, altijd is er wind en nats voorhanden.

·         Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil.

·         Gras dat in april wast, staat in mei vast.

·         April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.

·         Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan.

·         Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.

·         Verschaft april vele schone dagen,dan pleegt mei de last te dragen.

·         Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht.

·         April vult vele zolders, dankzij de vele donders.

·         Op een droge april volgt wel eens een droge zomer.

·         April mooi en rein, in mei zal het donker zijn.

·         Hoe groen het in het veld ook ons oog bekoort, doch zelden houd april zijn woord.

·         Aprillezonne, doet water in de tonne.

·         Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij.

·         Is Isodoor (3-4) voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.

·         Zaait ge op Sint Ezechiel (10-4), zeker lukt de vlasgaard wel.

·         Op Sint Tuburtius (14-4) na de noen (3uur in de middag), worden alle velden groen.

·         Op Sint Justijn (15-4), dood de kou het venijn.

·         Valt voor Sint Joris (23-4) geen regen, dan komt erna hem des te meer.

·         Zolang voor Sint Markus (25-4) warm, zolang na hem koud.

·         Als het vriest op St. Vitaal (28-4), vriest het nog veertig maal
Bron onbekend.