zaterdag 1 juni 2019

Weerspreuken voor JUNI



 Weerspreuk voor JUNI

Hoe wordt de oogst? Ligt er een groeizame zomer in het verschiet of gaat het juist regenen dat het giet en blijft het kil. Als het koud en nat in juni is, dan is het de rest van het jaar ook mis.

·         Regent het op Sint Barnabas (11-6), zwemt de oogst in een waterplas.

·         Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.

·         Niet te koel, niet te zwoel, niet te nat, en niet te droog, vult de schuren hoog.

·         Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.

·         Is er in juni pas zonneschijn, dan wordt de zomer erg klein maar fijn.

·         Juniregen is God’s zegen, komt zonneschijn daarbij, dan maakt het boer en stadslui blij.

·         In Juni veel regen, komt wijngaard en bijen ongelegen.

·         Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren op het land.

·         Vliegen de vleermuizen ‘s avonds rond, dan komt er mooi weer in de vroege stond.

·         Donderweer in juni maakt het koren dik.

·         Zware onweers baren dikke korenaren.

·         Juniweer meer droog dan nat, vult met goede wijn het vat.

·         Donderweer in juni, maakt het koren dik.

·         Op juni komt het aan, of de oogst zal bestaan.

·         Mei niet te koel en niet te nat en niet te droog, vult de schuren hoog.

·         Als het koud en nat in juni is, dan is het heel het jaar ook mis.

·         Hoort ge in juni de donder kraken, dan maken de boeren goede zaken.

·         Is juni nat en guur, dan wordt alles slecht en duur.

·         Blaast de wind in juni uit de noorderkant, zo waait het koren van het land.

·         In juni dondergevaar, dan is het een vruchtbaar jaar.

·         Wie nu zijn vel niet brandt, staat starks als een bleekscheet op het strand.

·         Als de noordenwind in juni staat, komt het onweer veel te laat.

·         Boeren maaien nu hun grasjes, stedelingen pakken hun terrasjes.

·         In juni te veel regen in de nok, schaadt de bij en de bonenstok.

·         Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.

·         Juni regen geeft veel zegen, maar met een bijtje erbij, en het zonnetje er boven, doet de boer de Here loven.

·         Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.

·         In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.

·         Zo heet het is in juni, zo koud het is in december.

·         Een boon in juni geplant, geeft er vijftig in de hand.

·         Een wei die in juni niets geeft, is niet waard dat ze leeft.

·         Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.

·         Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.

·         Wat St. Medardus (1-6), geeft droog of nat, zes weken duurt het dit of dat.

·         Heeft Magriet(10) geen zonneschijn, dan zal het een natte zomer zijn.

·         Regen op Sint Barnabas (11-6), dan zwemt de oogst in de waterplas.

·         Is het op Sint Antonius (13-6) nat, de boer drinkt zich van verdriet zat.

·         Regen met Sint Veith (15-6),dan regen het zes weken in de tijd.

·         Het weer van St. Jan (24-6), houdt dertig dagen aan.

·         Met St. Jan de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.

·         Als op St. Pieter (29-6) het haantje kraait, komt het regenweer ons toegewaaid
Bron onbekend

woensdag 1 mei 2019

Weerspreuken voor MEI



 Weerspreuken voor MEI



De dagen lengen, maar daar is alles mee gezegd. Koude kan gemist worden als kiespijn om over nachtvorst maar te zwijgen. Maar de IJsheiligen staan nog voor de deur. De kille noordenwind kan zomaar met wat nachtelijke vorst binnenvallen en het jonge gewas te gronde richten. En anders wel de hagel. Dit werd bestreden door her en der op het land veldkruizen te plaatsen. Of het ook geholpen heeft… ? Begin mei hebben alle vogels een nest of een ei. Behalve de koekoek en de spriet want die kennen dan hun nest nog niet.

·         Voor nachtvorst bent u niet beschermd tot St. Servaas zich over u ontfermt.

·         Is ‘t koud en bloeit de Meidoorn, veel van haar pracht gaat verloren.

·         Wie zijn schaap scheert voor St. Servaas (13 mei) houdt meer van wol dan van het schaap.

·         Is het weer in mei te mooi dan ziet de schuur maar weinig hooi.

·         In mei een warme regen, betekent vruchtenzegen

·         Onweer in mei, maakt de boeren blij.Meikeverjaar goed jaar.

·         Als het onweert in mei, valt er vaak hagel bij.

·         Is mei nat, een droge juni volgt zijn pad.

·         Als het dondert in mei, valt er dikwijls regen bij.

·         Mei koel en te nat, brengt koren in het vat.

·         Een koude maand mei, een goude mei.

·         Avonddauw en zon in mei, is hooi met karren op de wei.

·         Is het weer in Mei te mooi, dan krijgt de schuur maar weinig hooi.

·         Een natte mei geeft boter in de wei.

·         Mei niet te koud en niet te nat, vult de schuur en ook het vat.

·         Kan vriezen in mei tot de ijsheilige voorbij zijn.

·         Een bijenzwerm in mei,is een goed teken voor de wei.

·         Mei tot jubelmaand verkoren, heeft toch rijm achter de oren.

·         Het onweer in de schone mei, doet het koren bloeien op de hei.

·         Heden schupjes, morgen drupjes.

·         Als is Marmertus oud en grijs, houdt hij van vriezen en van ijs.

·         Voor ijsheilige de bloemen buiten, veelal kan je daar naar fluiten, wacht of tot ze zijn voorbij, de bloemen zijn dan blij.

·         Roept de houtduif keer op keer, dan komt er vast en zeker mooi weer.

·         Scheert de zwaluw over water en wegen, dan komt of blijft er wind en regen.

·         De zonne in de meie, zet oude lieden aan het vrijen.

·         IJsheilige hebben koude koppen.

·         Als de eikels in mei gaan bloeien, zal alles volop gaan groeien.

·         Wie nu zijn koren zaait, voelt zich later niet bekaaid.

·         Zoele mei, boerengeschrei.

·         Pancras, Servaas en Bonifaas, ze geven vorst en ijs helaas.

·         Nachtvorst in mei, houdt jonge groen niet schadevrij.

·         Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren vast niet blij.

·         Als de Bij naar huis toe vlucht, zit er regen in de lucht.

·         Meiregen op het zaad, is goud op de plaat.

·         Hoe meer onweer in mei, zoveel minder in de herfst..

·         Kamillegeur in mei, brengt de zomer dichterbij.

·         In mei staat het vast, zijn vaak de en de hoed tot last.

·         Weest op uw hoede, en wacht nu wel, mei baart dikwijls kattenspel.

·         In mei nat, een droge juni volgt haar pad.

·         Mei nat, spek in het vat.

·         Onweer in mei, gras in de wei.

·         Zingt de vink vroeg in de meimorgen, dan zal die dag voor regen zorgen.

·         Avonddauw en zon in mei, hooi met karren uit de wei.

·         Krimpende wind, Stinkende wind.

·         Broedt de spreeuw vroeg in april, er is een schone mei op til.

·         Als het op Sint Filippus (1-5) regent, is de oost gezegend.

·         Sint Urbanus (25-5) en de zon,wijn in de ton.

·         Is het klaar met Petronel (31-5), dan meet men vlas met een el.
Bron onbekend


maandag 1 april 2019

weerspreuken voor APRIL



 Weerspreuken voor APRIL



De boer is nu druk, het vee moet naar buiten. Voor zover dat nog niet gedaan was of kon worden moet er nu toch echt gezaaid, gepoot en geplant worden. Akkers, weilanden en tuinen hadden de volle aandacht nodig. Groeizaam weer was gewenst, een beetje van dittum en beetje van dattum. Niet teveel koude graag en liefst wat regen erbij. April met zijn gril, doet wat hij wil.

·         Aprilleke zoet, geeft nog weleens een witte hoed.

·         Sneeuw in april geen nood, met zware nachtvorst veel meer dood.

·         Is het in april nat en koud, dan groeit straks het koren als een woud.

·         Sneeuwt april nog op onze hoed, het is voor de druiven en het koren goed.

·         Heldere maneschijn in de aprilnacht, schaadt allicht veel bloesempracht.

·         Valt voor St. Joris geen regen meer, dan valt er na hem des te meer.

·         Laat het weer zoals het wil, maar ontkleedt u niet voor half april.

·         Grasmaands gril is hooimaands wil.

·         April veel regen, brengt grote zegen.

·         Aprilvlokjes brengen meiklokjes

·         De heren en aprillen, bedriegen wie ze willen.

·         De vrouwen en aprillen, ze hebben beide hun grillen.

·         Al doet april ons mooi weer aanschouwen, ‘t is evenals fortuin, we kunnen hem niet vertrouwen.

·         Het groen des velds het oog bekoort doch zelden houdt april haar woord.

·         Op een april geen zon, vaak water in de ton.

·         April doet wat hij wil.

·         Nachtvorst met een Zuidenwind op kersenbloem, daar treurt de kweker om.

·         Aprillertje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed.

·         Sneeuw in april is geen nood, maar bij zware nachtvorst in april gaat er meer dood.

·         April warm, Mei koel en Juni nat, vullen schuur en ook het vat.

·         Geen zaterdag zo kwaad, of de zon schijn vroeg of laat.

·         April verandelijk en guur, brengt hooi en koren in de schuur.

·         Een grote zon en bleek van schijn, dan zal het regenachtig zijn.

·         Bloeien de bomen tweemaal op een rij, zal de winter zich rekken tot mei.

·         Aprilse aren, zijn er alle jaren.

·         Een natte april ,is de boeren naar hun wil.

·         Aprilse vlokjes, brengen mei’se klokjes.

·         In april heldere maaneschijn, zal voor de bloesem kwalijk zijn.

·         Het zaterdagse weer op noen, is op de zondag heel te dag te doen.

·         Broedt de spreeuw al in april, dan is een schone meimaand op til.

·         Verschaft april veel schone dagen, dan pleegt mei de last te dragen.

·         Als de hoenders kakelen lang en goed, zal het regenen in overvloedt.

·         Is april schoon en rein, dan zal mei minder zijn.

·         De huwelijkse staat, is als april, nu zon, dan storm, en dan weer alles stil.

·         Hebben wolken rode randen, altijd is er wind en nats voorhanden.

·         Als het in april regenen wil, blijven de boeren niet stil.

·         Gras dat in april wast, staat in mei vast.

·         April maakt de bloem, en mei bekomt de roem.

·         Als in april kevers ontstaan, dan zal de mei van kou vergaan.

·         Valt in april veel nat, dan zwemmen de druiven tot in het vat.

·         Verschaft april vele schone dagen,dan pleegt mei de last te dragen.

·         Als april lacht, boerke wees voor uw oogst bedacht.

·         April vult vele zolders, dankzij de vele donders.

·         Op een droge april volgt wel eens een droge zomer.

·         April mooi en rein, in mei zal het donker zijn.

·         Hoe groen het in het veld ook ons oog bekoort, doch zelden houd april zijn woord.

·         Aprillezonne, doet water in de tonne.

·         Mocht het dauwen in april en mei, dan is de boer in sept blij.

·         Is Isodoor (3-4) voorbij, dan is ook de noordenwind voorbij.

·         Zaait ge op Sint Ezechiel (10-4), zeker lukt de vlasgaard wel.

·         Op Sint Tuburtius (14-4) na de noen (3uur in de middag), worden alle velden groen.

·         Op Sint Justijn (15-4), dood de kou het venijn.

·         Valt voor Sint Joris (23-4) geen regen, dan komt erna hem des te meer.

·         Zolang voor Sint Markus (25-4) warm, zolang na hem koud.

·         Als het vriest op St. Vitaal (28-4), vriest het nog veertig maal
Bron onbekend.

vrijdag 1 maart 2019

Weerspreuken voor MAART



 Weerspreuken voor MAART



De zon krijgt nu duidelijk meer kracht, de natuur komt weer tot leven. Wanneer kan er gezaaid worden? Krijgen we wat warmere dagen of kan het nog koud worden? Gaat het nog regenen en sneeuwen of blijft het droog? Allemaal vragen die voor de landman van vroeger van cruciaal belang zijn. Het kwetsbare pas ontkiemde zaaigoed kan door zware nachtvorst bevriezen. Dat betekent niet alleen opnieuw zaaien, maar ook een aanslag op de voorraden. Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

·         Regen voor 8 uur is nooit van lange duur.

·         Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

·         Sneeuw en hagel, regen en wind – daarvan is maart een vrind.

·         Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

·         Geeft maart al veel gedonder, dan is een witte Paas geen wonder.

·         Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

·         Als het helder is op St. Jozefdag, een goed jaar men verwachten mag

·         Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

·         Koude in maart, dan een lente te paard.

·         Is februari guur en koud, volgt vaak een zomer waar men van houdt.

·         Als hij komt en als hij scheidt, heeft d’oude Maart zijn gift bereid.

·         Lentemaands ruwheid geeft zomermaands luwheid.

·         Niet te droog, niet te nat, dan vult maart een duchtig vat.

·         Danst het lammetje in maart, april pakt het bij de staart.

·         Brengt maart storm en wind, de sikkel is de boer gezind.

·         Donder in maart, vorst in april.

·         Maart roert zijn staart, april doet wat hij wil en mei doet er ook nog wat bij.

·         Waait de wind in maart te fel, veel fruit verwacht men wel.

·         Als het weder is van goede zin, trekt de kou zijn steertje in

·         Maartse maan, brengt kwaad weer.

·         Komt men in maart omweer tegen, dan krijgt men in juli regen.

·         Daar is geen maart zo goed, of het sneeuw wel op de boer zijn hoed.

·         Een droge maart en een natte april, dat is de boeren naar zijn wil.

·         Maart guur geeft een volle schuur.

·         Een droge maart, is een zomer te paard.

·         Maart niet te droog en niet te nat, Vult de boer zijn kist en vat.

·         Mist in maart, water en vorst in mei.

·         Een droge maart, een natte april, een koele mei, vullen de schuren en de kelders van de boer.

·         Een koekoe’sroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.

·         Maartse regen, brengt geen zegen.

·         Zoveel nevel in maart, zoveel onweer s’ zomers.

·         Wat maart niet wil, dat neemt april.

·         Als maart geeft april weer, geeft april maarts weer.

·         Maartse zon en aprilse wind, schenden menig lieflijk kind.

·         Een natte maart, geeft veel lijnzaad.

·         Autoruiten nu nog steeds bevroren, dat geeft straks veel koren.

·         Stof in maart, is goud waard.

·         Voor oude lieden heeft maart, kwaad in haar staart.

·         Maartse buien die beduien, dat de zomer aan komt kruien.

·         Een droge maartse wind, maakt de boeren goed gezind.

·         Regent het met St. Albinus (1-3) dat het giet,dan doet de boer dat veel verdriet.

·         Zo de wind staat op St. Gregorius (12-3), zo staat hij nog veertig dagen.

·         Sint Jozef (19-3)schoon en goed,(mooie dag) een vuchtbaar jaar ligt in’t verschiet.

·         Een koekoeksroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.

·         Op de Lentedag (21-3) de wind in noord, dan blaast deze nog zeven weken voort.

·         Is het op St. Rupertus (27-3) helder en rein, zo zal ook de zomer zijn.
Bron onbekend.