vrijdag 1 november 2019

Weerspreuken voor NOVEMBER



 Weerspreuken voor NOVEMBER

Eind oktober, begin november wordt ook wel aangeduid als de IJsduivels. Het niet winterharde pootgoed moet naar binnen. De eerste serieuze nachtvorst kan zijn intrede doen. Met IJsheiligen naar buiten en IJsduivels naar binnen. November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.

·         Als ‘t in November ‘s morgens broeit, wis dat de storm ‘s avonds loeit.

·         November heeft maar dertig dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.

·         Rijp aan boom en plant, houdt geen drie dagen stand.

·         Volgt de eerste sneeuw opregen, dat houdt een harde winter tegen.

·         November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen.

·         Is de hemel al te blauw, spoedig wordt hij dan weer grauw.

·         Maakt de spin in ‘t web een scheur, dan klopt weldra de stormwind aan de deur.

·         Als ‘t in november ‘s morgens bloeit, wis dat de storm dan ‘s avonds loeit.

·         Als in november het water stijgt, gedurende de winter gij ‘t nog vaker krijgt.

·         Na helder weer nu sombere mist, heeft zeker ook nog vorst in de kist.

·         November warm en fijn, het zal een strenge winter zijn.

·         November heeft maar 30 dagen, maar dubbel wind en regenvlagen.

·         Donder in november, laat een jaar goed verlopen.

·         Als het vriest in november, dan volgt er sneeuw in december.

·         Zwaait de winter in november al met zijn staf, zijn rijk is van korte duur voor straf.

·         November met zijn regenvlagen, brengt verkoudheid, jicht en andere plagen

·         Als het met Allerheiligen (1-11) sneeuwt, leg dan vast uw pels gereed.

·         Met Allerheiligen vochtig weer, sneeuwbuien volgen keer op keer.

·         Houden de kraaien voor Allerheiligen (1-11) al school, zorg dan voor hout en kool.

·         Brengt Allerheiligen (1-11) winterweer, tien dagen duurt het zeer.

·         Sneeuw op Allerzielen (2-11), voorspelt een zacht voorjaar.

·         Het weer op Leonardusdag (6-11), blijft gewoonlijk tot de Kerstdag.

·         Een zuidenwind op de dag voor St. Martijn (10-11), dan zal het een zachte winter zijn.

·         Is er een donkere lucht op St. Martijn (11-11), zo zal het een zachte winter zijn.

·         Maar is de dag op St. Martijn(11-11) helder, de vorst dringt dan door tot in de kelder.

·         Als op St. Martijn de ganzen op het ijs staan,moeten ze met Kerst door het slijk gaan.

·         Als het nevelig is op St. Martijn(11-11), dan zal de winter niet koud zijn.

·         Maar heeft St. Martijn(11-11) een witte baard, dan blijft ons sneeuw noch ijs gespaard.

·         Is er met St. Martijn(11-11) nog loof aan de bomen, dan mag men van een strenge winter dromen.

·         St. Elisabeth (19-11) doet ons verstaan, hoe de winter zal vergaan.

·         De dag aan St. Cecilia (22-11) gewijd, is de maatstaf voor de wintertijd.

·         Wintert het op St. Klemens fel, dan wordt de lente klaar en fel.

·         Vriest het op St. Katrien (25-11), dan vriest het nog 6 weken nadien.

·         IJs op de dag van Saturijn (29-11), het weer maakt daarna korte mette met dit venijn.


dinsdag 1 oktober 2019

Weerspreuken voor OKTOBER


 Weerspreuken voor OKTOBER
De voorbereidingen voor de winter worden gedaan. Kille regens en stormen kondigen het donkere jaargetijde aan. Toch doet de zomer nog wel eens een uitval of laat een vroege winter al van zich spreken. Verdwijnt de boer van de akker dan worden hond en jager wakker.
·         Blinkt oktober in zonnegoud de winter volgt snel en koud.
·         Worden de bladeren geel en krom, kijk naar uw kachel om.
·         Komt in oktober veel mist, dan heeft januari veel ijs in de kist.
·         Is de herfst het weer lang en klaar, vroeg is dan een strenge winter daar.
·         Schijnt in de wijnmaand volop de zon dan kent de winter geen pardon.
·         Oktober brengt ons wijn en zonnige dagen maar ook jicht en andere plagen.
·         Oktober geeft ons wijn en zonnige dagen, maar ook jicht en andere plagen.
·         In de wijnmaand zon, winter kent geen pardon.
·         Oktober met groene blaan (bladeren), duidt een strenge winter aan.
·         Is oktober warm en fijn, het zal een scherpe winter zijn, maar is het nat en koel, ‘t is van een zachte winter een voorgevoel!
·         Brengt oktober veel vorst en wind, zo zijn januari en februari zeer mild.
·         Brengt oktober vorst en sneeuw, men hoort in de winter veel klaaggeschreeuw.
·         Als het waait en vriest in de oktobernacht, dan verwachten wij een januari zacht.
·         Warme oktober dagen, februari vlagen.
·         Oktoberweer komt terug in maart.
·         Als het regent op St Bavis (1-10), dan regent het met Kerst(mis).
·         Regen met Sint Denijs (9-10), voorspelt een natte winter en weinig ijs.
·         Treedt Gommarus (11-10) met droogte in, de zomer zal nat zijn in het begin.
·         Volgen op Gommarus (11-10) natte dagen, er volgt een zomer met veel natte dagen.
·         Wordt men op Callistes (14-10) een warme wind gewaar, dan wordt de zomer een twijfelaar.
·         Zoals het weer is met St. Ursela (21-10), zo zal ook de winter wezen.
·         Op de laatste oktober (3110), houdt de natuur zich sober.
·         Het laatste weer van oktober, reikt november de hand.
Bron onbekend


zondag 1 september 2019

Weerspreuken voor SEPTEMBER



 Weerspreuken voor SEPTEMBER

Al of niet voldaan is de oogst nu vrijwel binnen. Even rust, voordat het land klaar gemaakt wordt voor het wintergoed. De nachten worden nu duidelijk langer en men heeft tijd voor wat gezelligheid. Hoe is de vogeltrek? Zijn er veel eikels? Is er al nachtvorst te melden? Wat zegt dit over de komende winter? Septemberregen, komt zaad en wijnstok goed gelegen.

·         Is het 1 september heerlijk weer, de herfst zal mooi zijn evenzeer.

·         Vallende eikels voor Sint Michiel, snijdt de winter door lijf en ziel.

·         Is het weer in september in een goed humeur dan dragen de bladeren in oktober volop kleur.

·         September is altijd mooi: Het is de meimaand in herfsttooi.

·         Die zijn onkruid een jaar laat staan, kan zeven jaar uit wieden gaan.

·         Schijnt de herfstzon met zomerkracht dat maakt veelal de wintermaand ook zacht.

·         Draagt de haas nog lang zijn zomerkleed dan is de winter nog niet gereed.

·         Hangen er nu veel noten aan de twijgen dan gaan we een strenge winter krijgen.

·         Schijnt herfstmaands zon met zomerkracht, maakt veelal wintermaand ook zacht.

·         Trekvogels in septembernacht, ze maken de kersttijd zacht.

·         Als in september de donder knalt, met kerst sneeuw met hopen valt.

·         Vallen de bladeren vroeg, dan wordt de herfst niet oud.

·         Als de R is in de maand, is het weer niet altijd meegaand.

·         Donder in september, sneeuw in maart.

·         Als in september de donder knalt, zal met Kerst de sneeuw in hopen vallen.

·         Vorst in september, zacht in december.

·         Warm in september, koud in december.

·         Een warme september, een droge oktober.

·         Schijnt de herfstzon met zomerkracht, maakt veelal de winter zacht.

·         Komen de pluimen aan het riet, bedenk het is nazomer en geniet.

·         Met St.Giel (1-9) zonneschijn, het zal dan nog 4 weken zo zijn.

·         Is het op St. Egidus (1-9) heet, het geeft een schone herfst met zweet.

·         Op de 5e september wordt bewezen, wat het voor weer de hele maand zal wezen.

·         Mooi weer op Maria’s geboorte (8-9), dit weer gaat nog vier of acht weken zo voort.

·         Op de dag van Ludmilla (16-9) een zeer vroom kind, blaast vaak een forse wind.

·         Met Lambertus (17-9) zonneschijn, het zal een droog voorjaar zijn.

·         Op Mattheus (21-9) storm en wind, bestaat de kans dat men met de komende Pasen nog de winter vindt.

·         Is het op St. Mauritius (22-9) helder, dan gaan er veel schepen naar de kelder. (er worden dan veel stormen verwacht).

·         Vallen de eikels al voor St. Machiel (29-9), dan snijdt de winter door lijf en ziel.

·         Trekken voor St. Machiel (29-9) de vogels niet, geen winter is nog in het verschiet.
Bron onbekend

donderdag 1 augustus 2019

Weerspreuken voor AUGUSTUS

 Weerspreuken voor AUGUSTUS
De gave van de natuur moet worden geoogst en daar kan de landman beter droog weer bij gebruiken. Zo links en rechts wordt al een uitstapje gemaakt naar de verwachting voor de komende herfst en winter. Augustus’ eerste week heet en laf, veel winterse sneeuw wacht af.
·         Regenboog in d’avondstond, leg dan uw hoofd op een zachte grond.
·         Als voor ‘t laatst de koekoek roept, dan bederven de noten.
·         Geeft begin augustus veel zonneschijn dan zal het een strenge winter zijn.
·         Als er ‘s-avonds muggenzwermen dansen krijgt mooi weer nieuwe kansen.
·         Als augustus zonder regen heen zou gaan dan zullen de koeien straks mager in de stal staan.
·         Blijven de zwaluwen nog lang zwieren zal de winter ons humeur niet verstieren.
·         Zo d’eerste oogstweek is heet, een lange winter staat gereed.
·         Wanner de leeuwerik hoog in de lucht zweeft, zo brengt het ons mooi weer.
·         Noorderwind in augustus brengt bestendig weer.
·         Is de eerste week in augustus heet, zorg voor goed warm winterkleed.
·         Menigeen heeft het al ondervonden, wervelwinden zijn aan augustus verbonden.
·         Begin augustus met regenvlagen, in de laatste dagen zal de regen ons weer plagen.
·         Is het heet op St.Domijn (4-8), het zal een strenge winter zijn.
·         Op St.Laurens (10-8) een regenvlaag, 6 weken duurt de regenplaag.
·         Het weer St. Casiaan (13-8), houdt nog dagen aan.
·         Is het weer op Maria Hemelvaart (15-8) mooi, zo zal de herfst van het zelfde wezen.
·         Als de ooievaars na de 21e nog blijven, zal een zachte winter binnendrijven.
·         Is het weer op St.Barthel (24-8) warm en schoon, dan draagt de herfst een gouden kroon.
·         Blijven de zwaluwen ook nog na de 25 ste, wees voor de winter niet bang.

maandag 1 juli 2019

Weerspreuken voor JULI



 Weerspreuken voor JULI

Met angst en beven wordt de zomer gevolgd. Er begint een serie regenheiligen die tot in augustus voort gaat. Veel regen betekent een misoogst en dat leidt weer tot honger, hoe de winter door? Wordt het in juli heet en droog dan houdt de winter kwaad betoog.

·         Als de schaapjes onrustig aan de hemel staan kan men niet zonder paraplu uit wandelen gaan.

·         Prijkt juli in hete gloed, dan zijn in de herfst de vruchten goed.

·         Morgenregen en vroege gasten blijven zelden overnachten.

·         In juli ‘s nachts regen en overdag veel zon, vult in augustus menig schuur, zak en ton.

·         Juli zonnebrand wenst de man op ‘t land.

·         Slechts in juli-gloed wordt de vrucht en wijn eerst goed.

·         Is de eerste juli regenachtig, gans de maand is twijfelachtig

·         Brengt juli hete gloed, zo gedijt september goed.

·         Is in juli de morgen rood, ‘s avonds verkeert het weer in nood.

·         Wanneer de oostenwind tegen den avond gaat liggen, waait hij ligt de volgende dag opnieuw.

·         Juli helder en klaar,heet altijd een goed jaar.

·         Is juli heet en droog, dan houdt de winter een kwaad betoog.

·         De wakkere hooimaand geeft de zeisen, de maaier in de hand met vlijt, daar lege schuren hooi vereisen, om het vee te voeden in wintertijd.

·         Wisselen in juli regen en zonneschijn, het zal het naaste jaar voor de boeren kermis zijn.

·         Zonder dauw geen regen, heet het in juli allerwegen.

·         Komt Maria (2-7) in de regen nicht Elisabeth tegen, duurt het zes weken gewis, voort het weer schoon is.

·         Als het op St. Godelieve (6-7) regent, vult zij haar putje 40 dagen met regen.

·         Regent het op 7 Broedersdag (10-7), dan kan men zeven weken regen verwachten.

·         Wanneer het op St. Henricus (13-7) droog is of regent, zeven weken duurt die zegen.

·         Regen met Sint Margriet(20-7) geeft zes weken boerenverdriet.

·         Met St.Magriet droog, dan 6 weken de zon in het oog.

·         Regen op St.Magdaleen (22-7), dan regent het dagen achter een.

·         St Jacob(25) met zonneschijn, voorspeld de winter fijn.

·         St Jacob koud en rein, koud zal de Kerst zijn.

·         Bouwt op St.Anna (26-7) de mier grote hopen, de winter zal niet zacht verlopen.

·         Het weer op de 29e, is het weer van de 5e februari.


zaterdag 1 juni 2019

Weerspreuken voor JUNI



 Weerspreuk voor JUNI

Hoe wordt de oogst? Ligt er een groeizame zomer in het verschiet of gaat het juist regenen dat het giet en blijft het kil. Als het koud en nat in juni is, dan is het de rest van het jaar ook mis.

·         Regent het op Sint Barnabas (11-6), zwemt de oogst in een waterplas.

·         Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.

·         Niet te koel, niet te zwoel, niet te nat, en niet te droog, vult de schuren hoog.

·         Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.

·         Is er in juni pas zonneschijn, dan wordt de zomer erg klein maar fijn.

·         Juniregen is God’s zegen, komt zonneschijn daarbij, dan maakt het boer en stadslui blij.

·         In Juni veel regen, komt wijngaard en bijen ongelegen.

·         Blaast juni uit de noorderkant, verwacht veel koren op het land.

·         Vliegen de vleermuizen ‘s avonds rond, dan komt er mooi weer in de vroege stond.

·         Donderweer in juni maakt het koren dik.

·         Zware onweers baren dikke korenaren.

·         Juniweer meer droog dan nat, vult met goede wijn het vat.

·         Donderweer in juni, maakt het koren dik.

·         Op juni komt het aan, of de oogst zal bestaan.

·         Mei niet te koel en niet te nat en niet te droog, vult de schuren hoog.

·         Als het koud en nat in juni is, dan is het heel het jaar ook mis.

·         Hoort ge in juni de donder kraken, dan maken de boeren goede zaken.

·         Is juni nat en guur, dan wordt alles slecht en duur.

·         Blaast de wind in juni uit de noorderkant, zo waait het koren van het land.

·         In juni dondergevaar, dan is het een vruchtbaar jaar.

·         Wie nu zijn vel niet brandt, staat starks als een bleekscheet op het strand.

·         Als de noordenwind in juni staat, komt het onweer veel te laat.

·         Boeren maaien nu hun grasjes, stedelingen pakken hun terrasjes.

·         In juni te veel regen in de nok, schaadt de bij en de bonenstok.

·         Juni met veel donder, brengt de oogst ten onder.

·         Juni regen geeft veel zegen, maar met een bijtje erbij, en het zonnetje er boven, doet de boer de Here loven.

·         Met een zomerwervelwind, is het weer ons goed gezind.

·         In juni koude en een regenvlaag, ziet het boerke niet zo graag.

·         Zo heet het is in juni, zo koud het is in december.

·         Een boon in juni geplant, geeft er vijftig in de hand.

·         Een wei die in juni niets geeft, is niet waard dat ze leeft.

·         Gaat juni goed voorbij, dan is men in juli nog blij.

·         Is de zomeravond mistig, dan is het weer met gaven kwistig.

·         Wat St. Medardus (1-6), geeft droog of nat, zes weken duurt het dit of dat.

·         Heeft Magriet(10) geen zonneschijn, dan zal het een natte zomer zijn.

·         Regen op Sint Barnabas (11-6), dan zwemt de oogst in de waterplas.

·         Is het op Sint Antonius (13-6) nat, de boer drinkt zich van verdriet zat.

·         Regen met Sint Veith (15-6),dan regen het zes weken in de tijd.

·         Het weer van St. Jan (24-6), houdt dertig dagen aan.

·         Met St. Jan de wind uit het noorden, het goede weer is geboren.

·         Als op St. Pieter (29-6) het haantje kraait, komt het regenweer ons toegewaaid
Bron onbekend